Exodus 2:23-3:10


Tekst     :   Exodus 2:23-3:10
Thema   :   Hoe overleef ik Egypte?


Inleiding

Het boek Exodus laat zich lezen als een ontzettend spannend verhaal. Een slavenvolk dat op een spectaculaire manier wordt verlost. Iedereen kent de verhalen van de tien plagen, het splijten van het water, de verschijning op de berg Sinai.

De gebeurtenissen in het boek Exodus hebben een weergaloze indruk gemaakt. Door de hele bijbel heen wordt er steeds opnieuw teruggegrepen op deze geschiedenis. Eigenlijk is deze geschiedenis een model voor de verlossing van God.

Het is daarom ook niet verwonderlijk dat deze geschiedenis vaak gebruikt is als inspiratie voor films. De Tien Geboden, The Prince of Egypt, om er maar een paar te noemen.

Als we dat idee van een film even vasthouden dan blijkt dat er vier hoofdrol spelers zijn. Ze komen alle vier voor in het gedeelte dat we met elkaar gelezen hebben.

Egypte

De eerste speler is Egypte, in de persoon van de koning van Egypte. Die alle jongetjes die geboren worden bij de Israëlieten om het leven brengt. Die de Israëlieten dwingt tot slavernij. Egypte, staat voor uitbuiting, onderdrukking, mishandeling, voor slavernij. Maar Egypte staat ook voor verleiding. Later verlangen de Israëlieten terug naar de vleespotten van Egypte.

Door de hele bijbel heen wordt het beeld van de slavernij in Egypte opnieuw gebruikt. Ook in het Nieuwe Testament. Er is sprake van de slavernij van de zonde en wij worden gewaarschuwd ons niet opnieuw een slavenjuk te laten opleggen.

De koning van Egypte weigert om de Israëlieten te laten gaan. Het is opvallend dat in het boek Openbaring het oordeel over de antichrist wordt beschreven met beelden van de tien plagen uit Exodus. De koning van Egypte is de tegenstander van God, een type van de antichrist.

Daarom staat Egypte voor alles wat zich tegen God verzet. Egypte staat voor de wereld waarin wij leven. De wereld die van God niet wil weten, een wereld die vernietigt, uitbuit, verdrukt, verleidt. Maar ook voor de zonde in mijn eigen leven die mij tot slaaf maakt.

Daarmee komt Egypte ineens heel dichtbij. Daarmee ook de vraag die centraal staat in deze preek: hoe overleef ik Egypte? Met andere woorden, hoe blijf ik staande in deze wereld? Om een antwoord op die vraag te vinden moeten we weer terug naar ons verhaal. Eigenlijk moeten we ons de vraag stellen, hoe overleefden de Israëlieten Egypte?

De Israëlieten

Daarmee zijn we gekomen bij de tweede hoofdrolspeler. Namelijk de Israëlieten. Zij worden zo genoemd omdat het nakomelingen zijn van Israël. De nieuwe naam die God aan Jakob gaf. Generaties geleden was Jakob met zijn gezin in Egypte komen wonen. Langzamerhand was hun toestand verslechterd. Steeds meer werden ze onderdrukt en mishandeld. De toestand was langzamerhand onhoudbaar geworden.

Maar de Israëlieten zijn niet zomaar een groep mensen. Het is niet zomaar een volk. Nee het is een volk waarop een belofte rust. Ooit had God aan hun voorvader Abraham beloften gedaan. God had beloofd dat ze een groot volk zouden worden, Dat zij het land Kanaän zouden bezitten, dat Hij hen zou zegenen en dat ze zelf tot een zegen zouden worden voor alle volken van de aarde en dat de Heer hun God zou zijn.

Daarom wordt er ook in vers 24 gezegd dat God gedacht aan het verbond met Abraham, Isaak en Jakob. God gedacht aan alle beloften die hij had gedaan. Ook in vers 6 maakt God zich bekend als de God van Abraham, Isaak en Jakob. Beloften werden herhaald aan Isaak en Jakob. God maakt zich bekend als de God van de beloften.

De Israëlieten nemen een unieke positie in. In Exodus 19 zegt God tegen hen dat zij kostbaarder zijn dan alle andere volken, een koninkrijk van priesters, een heilige natie. Wij voelen wel aan dat hier een parallel is met de gemeente van Christus. Ook wij nemen een unieke positie in. Petrus citeert de tekst uit Exodus 19 en past die toe op de gemeente. Ook wij zijn een koninkrijk van priesters, een heilige natie.

Dat tekent het spanningsveld van de Israëlieten. Ze zijn een volk waarop rijke beloften rusten maar de omstandigheden laten allen maar ellende zien. Er was hun land beloofd maar ze zijn vreemdelingen in Egypte. Er is hen zegen beloofd maar ze leven in slavernij. Er is hun nageslacht beloofd maar hun kinderen worden vermoord.

De vraag was dus : hoe hielden de Israëlieten zich staande in Egypte? Hoe overleven zij Egypte? Daarachter de vraag: hoe blijven wij staande in de wereld?

De Heer

Het belangrijkste antwoord op die vraag is: doordat God omziet naar zijn volk. Daarmee zijn we dan bij de derde en belangrijkste Hoofdrolspeler gekomen. Het is indrukwekkend om te zien hoe God reageert op de ellende van zijn volk. In vers 24 lezen wij dat God hun hoort, dat Hij zijn verbond gedenkt, dat Hij hun ziet en dat Hij zich hun lot aantrekt. In een andere vertaling staat: Hij heeft er weet van. In vers 7 worden diezelfde woorden nog een keer gebruikt, God hoort en zien en heeft weet van het lijden van zijn volk.

Misschien herkent u zich wel in de Israëlieten. Dat uw omstandigheden zo getekend worden door Egypte. Misschien voelt u zich ook niet vrij. Misschien heeft u ook te maken met bepaalde vorm van slavernij. Misschien zit de tegenstander van God u ook boven op uw nek en probeert hij u er onder te houden. Terwijl ook op ons zoveel prachtige beloften rusten.

Weet dan dat God u ziet, dat God u hoort, dat Hij u niet vergeten is. Nee Hij gedenkt aan zijn verbond, aan zijn beloften. Gedenken is het tegenovergestelde van vergeten. Hij heeft weet van uw situatie, van uw worsteling, van uw strijd.

Maar God doet meer. In vers 8 zegt God: “Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing”. God gaat ingrijpen, God gaat bevrijden. De beloften van God worden werkelijkheid.

Dat is wat de Israëlieten staande hield in Egypte. Dat is wat ons staande houdt. Namelijk dat God ons ziet en hoort, dat Hij ons niet vergeet en weet heeft van onze situatie. Maar ook dat Hij afdaalt. Ik vindt dat zo’n prachtige uitdrukking. Hij komt echt onze werkelijkheid binnen en Hij bevrijdt en verlost en voert ons uit Egypte en brengt ons naar een mooi land dat overvloei. Hij brengt ons in een nieuwe situatie.

De verlosser

Maar we moeten nog één stap verder gaan als het gaat om de verlossing die God beloofd aan de Israëlieten. Er is een opvallende parallel tussen vers 7 en 8 aan de ene kant en vers 9 en 10 aan de andere kant. In vers 7 wordt verteld dat God de nood van de Israëlieten hoort en ziet. In vers 8 wordt verteld dat God neerdaalt om in te grijpen.
Datzelfde patroon herhaalt zich in vers 9 en 10. In vers 9 staat nogmaals dat God de ellende van zijn volk heeft gezien. In vers 10 gaat het opnieuw om het ingrijpen van God.

Maar hier blijkt dat het ingrijpen van God bestaat uit het zenden van een verlosser. Daarmee komt de vierde hoofdrolspeler in beeld. God zegt in vers 10 tegen Mozes: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden. Mozes wordt door God gezonden als de verlosser van zijn volk. God daalt af om zijn volk te redden, en dat doet Hij in de persoon van Mozes

Hier zien we de contouren van die andere Verlosser opdoemen. Want zoals Farao het type van de antichrist is, zo is Mozes het type van Christus. In Jezus is God op de meest ultieme wijze afgedaald om ons te redden. In Jezus is God mens geworden. Hebr. 3 wordt Jezus beschreven als de meerdere van Mozes.

Er is nog een andere overeenkomst te ontdekken tussen de afdaling hier in Exodus en de afdaling van God in Christus. Hier verschijnt het vuur van Gods heerlijkheid in een doornstruik. Die heerlijkheid van God is op de meest ultieme wijze verschenen in Jezus, in de Man van smarten. Waarmee was deze Man van smarten gekroond? Met een doornenkroon. Zo heeft God naar ons omgezien. Zo is God afgedaald in onze situatie.

Hoe overleef ik Egypte?

Het eerste antwoord op de vraag: hoe overleef ik Egypte? Dat God mij hoort en ziet, dat Hij mij niet vergeet en weet heeft van mijn strijd die het leven in deze wereld met zich meebrengt. Dat God in Christus is afgedaald om ons te verlossen en te bevrijden en te brengen in een land van overvloed.

Toch heeft het voor de Israëlieten generaties lang geduurd voordat het zover was. Zelfs toen ze uit Egypte weg waren, verbleven ze veertig jaar in de woestijn. Toen bleek dat ze wel uit Egypte waren verlost maar dat Egypte nog in hun hart zat. Dat ze soms terug verlangde naar de vleespotten van Egypte. Dat God ze keer op keer moest waarschuwen niet opnieuw een slavenjuk aan te doen. Zoals Paulus de volgelingen van Jezus moest waarschuwen.

Zolang wij op aarde zijn, zal Egypte een rol spelen en blijft de vraag actueel. Hoe overleef ik Egypte? Hoe houdt ik mij staande? Opnieuw moeten we terug naar het verhaal van Exodus. Dan zien we nog iets waardoor de Israëlieten zich staande houden.

Gebed

Namelijk de weg van het gebed. In vers 23 lezen we aan het einde dat “hun hulpgeroep steeg op naar God”. De vraag is natuurlijk of we dat wel kunt opvatten als een gebed.

Daarom ben ik eens gaan zoeken of het Hebreeuwse woord voor hulpgeroep ergens in de bijbel nog ergens anders in verband gebracht wordt met gebed. Ik kwam dat woord vele malen in de Psalmen tegen: “Hoor mijn gebed, HEER, luister naar mijn hulpgeroep”; “Hij vervult de wens van wie Hem vrezen, Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen”; “Hij boog zich naar mij toe, hij heeft mijn hulpgeroep gehoord”.

Dat hulpgeroep kan dus wel degelijk als gebed gelden. Misschien is dat wel het meest authentieke en meest elementaire gebed. Wanneer een mens om hulp roept tot God. Niet een mooi geformuleerd gebed, maar een schreeuw om hulp.

God hoort onze gebeden, ons hulp geroep. Hij gedenkt aan zijn beloften. God is niet vergeetachtig. Het is niet zo dat Hij na jaren ineens aan zijn beloften denkt. In de zin van: dat is waar ook, dat was ik helemaal vergeten. Het woord gedenken betekent een voortdurend proces. U bent steeds in zijn gedachten. Hij is u echt niet vergeten.

Maar ten diepste overleef ik Egypte omdat God is afgedaald. Omdat God door Jezus onze werkelijkheid is binnen genomen. Omdat Hij ons verlost en bevrijdt door de Man van smarten, gekroond met een doornenkroon.